Mijn Gastenboek

Soorten vossen

Soorten vossen:

Het geslacht ‘Vulpes’ behoort tot de familie hondachtigen van de roofdieren, die in Europa verspreid is (met uitzondering van Kreta en Ijsland). Ook in Noord- en Zuid-Afrika, Azië en Noord-Amerika.

Ook andere kleine hondachtigen  worden soms vos genoemd, hoewel ze niet behoren aan het geslacht Vulpes. Deze kleine vossen zijn

  1. Rode vos
  2. Poolvos:
  3. fennek of woestijnvos:    
  4. grootoorvos of lepelhond
  5. grijze vos:     
rodevos

De rode vos

De Rode Vos
Vulpes vulpes

Beschrijving - klein smal hondachtig dier is roestig-rood met witte onderbuik, kin en keel. De oren zijn prominent en de staart is lang en dichtbegroeid met een wit uiteinde. De ruggen van de oren, de lagere benen en de voeten zijn zwart. De vos gaat door kleurenfasen van zwarte, zilver, en gemengd.


Woongebied - de rode vos verkiest de randen van bossen, bewerkte gebieden en dichtbijgelegen moerassen maar zij vertoefen ook op landbouwgrond, stranden, prairies, bossen  en zowel alpine als noordpool. Zij leven in  het grootste deel van Brits Colombia.


Biologie - na een zwangerschap van 51-53 dagenworden er ongeveer een 10 tal welpjes geboren. Hij heeft een goede reuk-hoor en gezichtsvermogen, de rode vos is een efficiënt en dodelijk roofdier; Hij is een alleseter onder andere graan, bessen, appelen, grassen, vogels en zoogdieren en al wat  beschikbaar is. De vos heeft vele vijanden met inbegrip van coyote, lynx, en mensen. Het is ook vatbaar voor hondsdolheid.

 

 

De poolvos

Verspreiding en Habitat:
De poolvos komt voor in de arctische en subarctische gebieden van Europa, Azië en Noord-Amerika. In de zomer leven ze op de toendra, vaak in de buurt van kusten (waar ze profiteren van het voedsel afkomstig van de zeevogelkolonies). In de winter leven ze veelal op het ijs waar ze prooiresten van de ijsbeer zoeken. De poolvos is algemeen op heel Spitsbergen.


Algemeen:
Een poolvos heeft een ongeveer 50 tot 70 centimeter lang lichaam met een staart van ongeveer 35 cm. Poolvossen wegen tussen de 2.5 en 8 kilo. Poolvossen worden zelden ouder dan 10 jaar. In de winter hebben de poolvossen een dikke, geheel witte, vacht. Deze vacht dient ten eerste als bescherming tegen de extreme kou. Poolvossen kunnen overleven bij temperaturen van -50 graden Celsius. Poolvossen doen niet aan een winterslaap, wel kunnen ze zich tegen extreme kou beschermen door zich in te graven in de sneeuw waarbij ze hun grote staart voor hun gezicht vouwen. Ook is de witte kleur een goede schutkleur in de sneeuw. In de zomer hebben poolvossen een korte bruingrijze vacht.

Voedsel:
Poolvossen zijn alleseters. Hun voorkeur gaat uit naar vogels, eieren, kleine zoogdieren (sneeuwhaas, lemmingen etc) maar ook bessen, zeewier en ander plantaardig voedsel wordt gegeten. In de winter volgen ze vaak ijsberen in de hoop iets van hun prooi mee te kunnen pikken. Bij gebrek aan voedsel eten ze ook wel eens de uitwerpselen van rendieren. In de zomer verstoppen poolvossen voedsel, bijvoorbeeld onder rotsen. In de winter kunnen de poolvossen hier dan weer van eten.

Voortplanting:
De draagtijd van een vrouwtjes poolvos bedraagt ongeveer 50 dagen. Poolvos vrouwtjes krijgen 4 tot 11 jongen per keer (gemiddeld 6 a 7). Ze kan twee keer per jaar een nest hebben. De jonge poolvossen worden geboren in een hol in het late voorjaar. Bij de geboorte zijn de jonge poolvosjes blind en hulpeloos, na twee weken gaan hun ogen open en na 3 weken gaan ze het hol uit om hun omgeving te verkennen. De jongen worden door beide ouders verzorgd. Een paartje poolvossen blijft elkaar voor het leven trouw!

Vijanden:
Afhankelijk van het gebied waar de poolvos voorkomt heeft hij een aantal vijanden. In de hoogarctische gebieden is dit de ijsbeer. In de subarctische gebieden zijn het de wolf en de grizzly beer. In sommige gebieden lopen jonge poolvossen ook nog de kans om gepakt te worden door steenarenden

poolvoskop

De Poolvos

De Fennek
 of
woestijnvos

Beschrijving -is met een kop/romplengte van 35 - 40 cm de kleinste in de familie van de hondachtigen, maar hij is wel degene met de grootste oren. Deze zijn namelijk 15 cm lang en vergroten de capiciteit voor het opvangen van geluiden hetgeen onder andere nodig is om voedsel, vijanden en partners te ontdekken. Z'n vacht is dik en zijdeachtig. De rugzijde is bleek geelbruin of wit. De buik is wit. Hij heeft een ruige staart met een zwart uiteinde. Fenneks komen voor in de woestijnen van Noord Afrika, het Arabisch schiereiland en de Sinaï.

 

Fennek

De woestijnvos

Leefwijze - Over hun leefwijze in de woestijn is niet zo veel bekend. Dat komt onder andere door het feit dat ze over grote gebieden verspreid zijn. In de woestijn, waar voedsel schaars is, wordt daardoor concurrentie vermeden. Bovendien zijn het nachtdieren. Overdag zoeken ze beschutting tegen zon en hitte in holen. Daar waar het zand een beetje vochtig is, graven ze tunnels. Ze kunnen heel snel graven. Daarbij gebruiken ze hun voorpoten die het zand achterwaarts wegwerpen om zo gangen te graven en aan het einde een leger te bouwen.

Fenneks in gevangenschap - In dierentuinen worden Fenneks vaak gehouden hoewel dat door hun grote schuwheid niet erg makkelijk is. Meestal duurt de gewenning lang.
Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom Fenneks zich in dierentuinen niet zo gemakkelijk voortplanten.
De hoogste leeftijd die een Fennek bereikte was 12 jaar. Mijn eigen ervaringen met Fenneks zijn veelbelovend.

Het verschil met een dierentuin is dat er bij mij maar incidenteel bezoek komt. Rust is, gezien hun levenswijze, voor deze dieren erg belangrijk.

lepelhond

De grootoorvos

De grootoorvos of lepelhond (Otocyon megalotis) is een Afrikaanse hondachtige. Beide namen slaan op de grote oren van het dier, waarmee hij ondergrondse geluiden kan opvangen en zo termieten en andere prooidieren kan opsporen.

De grootoorvos heeft behalve grote oren ook lange poten. Hij heeft een dikke vacht. De ondervacht is okerkleurig. Op de bovenzijde is de vacht grijzig van kleur. De poten, aalstreep, staartpunt, oorpunten en snuit zijn zwart, evenals het donkere masker rond de ogen. De grootoorvos is een kleine hondachtige. Hij wordt 46 tot 66 centimeter lang en 3 tot 5,3 kilogram zwaar. De staart is 23 tot 34 centimeter lang, de oren tot 12 centimeter lang.

De grootoorvos is de enige voornamelijk insectivore hondachtige. Zijn belangrijkste prooidier zijn termieten, voornamelijk van het geslacht Hodotermes, en mestkevers (Scarabidae), maar ook andere ongewervelden worden gegeten. Een enkele keer eet hij ook kleine gewervelde dieren en vruchten. Omdat zijn belangrijkste prooidieren zich vaak ophouden in gebieden waar veel hoefdieren leven, houdt de grootoorvos zich vaak op in de buurt van grote kudden hoefdieren, als zebra's, gnoes en kafferbuffels.

Ondergrondse prooidieren worden opgespoord met de grote oren, die horizontaal gehouden de zachtste geluiden kunnen opvangen. Grootoorvossen hebben scherpe klauwen aan de voorpoten en graven snel de prooi op. De dichte vacht beschermt tegen aanvallen van soldaattermieten. Ook het gebit is aangepast aan het dieet. Grootoorvossen hebben 46 tot 50 kleine scherpe tanden, het grootste aantal voor een placentaal zoogdier. De kaken kunnen minstens zeer snel bewogen worden, waardoor hij snel kan kauwen en de termieten in een zeer korte tijd dood zijn.

De grootoorvos komt voor in twee van elkaar gescheiden populaties, één in Zuidwest-Afrika en één in Oost-Afrika. Ze leven in droge, open steppen en grasvlakten, voornamelijk in met Acacia begroeide savannen.

Grootoorvossen leven meestal in familiegroepen van acht tot twaalf dieren. De kern van de groep is een paartje, die voor het leven bij elkaar blijft. Een paar wordt meestal vergezeld door de jongen van de voorlaatste worp, die de ouders helpen met het opvoeden van jongen. Soms leeft er meer dan één volwassen vrouwtje in een groep, waardoor het kan voorkomen dat er meer dan één vrouwtje drachtig is binnen de groep. Na een draagtijd van 60 dagen worden twee tot vijf blinde, hulpeloze jongen geboren in een zelfgegraven hol. Na vier maanden zijn de jongen volgroeid. De foerageergebieden van verscheidene familiegroepen kan overlappen

 

Grijze vossen

De grijze vossen (Urocyon) zijn een geslacht van Amerikaanse hondachtigen (Canidae), waartoe twee soorten behoren:

  • · Grijze vos (Urocyon cinereoargenteus), die voorkomt in Noord- en Midden-Amerika
  • · Eilandvos (Urocyon littoralis), een endemische soort die alleen op de Kanaaleilanden van Californi voorkomt.
  • Er wordt algemeen aangenomen dat de eilandvos zich in het Weichselien (de laatste ijstijd) uit de grijze vos ontwikkeld heeft. De eilandvos is tegenwoordig duidelijk kleiner dan de grijze vos. Dit is het gevolg van natuurlijke selectie: omdat op de Kanaaleilanden een beperkte hoeveelheid voedsel beschikbaar is, hebben dieren met een kleine lichaamsgrootte een grotere kans om te overleven. Op elk van de zes eilanden waar de eilandvos voorkomt heeft zich inmiddels een endemische ondersoort ontwikkelt. De soort als geheel is met uitsterven bedreigd.

Grijze vossen zijn de enige hondachtigen die in bomen kunnen klimmen

 

grijsevos

De grijze vos

[Home] [Foto's] [Links] [Vossen] [Vossenfamilie] [Geboorte] [Bedreigingen] [Vriend of vijand] [Soorten vossen] [Woordenlijst] [Jaarcyclus] [Spreekwoorden] [Wolven]